Jopke Rozenberg-van Lisdonk
Foto: sergeant-majoor Jan Dijkstra
1
Nederlandse MQ-9 Reapers langer boven oostflank NAVO
Nederland verlengt opnieuw de inzet van MQ-9 Reapers vanuit Roemenië. De onbemenste toestellen dragen nu tot en met 31 december 2027 bij aan de verdediging van de oostflank van het NAVO-verdragsgebied. Dat meldt het kabinet op 21 september. De inzet was eerder al verlengd tot eind september van dit jaar.
Defensie zet de MQ-9’s in voor zogenoemde Air Shielding. De vliegtuigen verzamelen data en informatie vanuit de lucht. Met sensoren helpt het systeem bij het opbouwen van een goed situationeel beeld. De Reapers maken deel uit van de bredere intelligence, surveillance & reconnaissance (ISR)-capaciteit voor de oostflank van het NAVO-verdragsgebied. De Amerikaanse deelname hieraan komt ten einde, waardoor de Nederlandse bijdrage aan belang wint.
De inzet is een directe ondersteuning van de NAVO, maar vindt plaats onder nationale verantwoordelijkheid. De NAVO deelt zijn inlichtingenbehoefte met Nederland. Dat bepaalt vervolgens zelf welke opdracht wordt uitgevoerd en hoe. Ook de verwerking van de informatie blijft een nationale verantwoordelijkheid.
Foto: sergeant-majoor Aaron Zwaal
2
Vernieuwingen centraal tijdens Falcon Leap
Tandemsprongen, een operationele kennismaking met het C-390 transportvliegtuig en Zweden als nieuwe deelnemer. De internationale luchtlandingsoefening Falcon Leap had ook dit jaar tal van vernieuwingen. Vanaf 7 september werkten verschillende NAVO-partners twee weken lang in en boven Nederland en België samen. Doel was om de eigen luchtlandingscapaciteiten te verbeteren, maar ook de onderlinge samenwerking.
De organisatie was zoals ieder jaar in handen van 11 Luchtmobiele Brigade, bijgestaan door het Air Mobility Command en de Defensie Paraschool. Zij zorgden ervoor dat alle elementen van het airborne-optreden aan bod kwamen.
De operationele kennismaking met de Embraer C-390 was één van de hoogtepunten tijdens deze editie. Defensie heeft dit type toestel gekocht als vervanger van de C-130 Hercules. Portugal opereert al met de C-390 en vloog tijdens de oefening met dit toestel.
Traditiegetrouw sloot Falcon Leap af met de herdenking van operatie Market Garden uit 1944. Dat gebeurde op zaterdag 19 september. Honderden para’s sprongen boven de Ginkelse Heide bij Ede uit transportvliegtuigen uit tien landen. De militairen bewezen met hun sprong eer aan de grootste luchtlandingsoperatie ooit.
Meer weten over Falcon Leap? Lees dan het artikel in de Defensiekrant. (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad)
Foto’s: Portugese luchtmacht
3
Internationale ruimte-oefening SpaceEX
Tijdens de vijfdaagse ruimte-oefening SpaceEx trainde Nederland samen met partnerlanden realistische scenario’s op het gebied van space. Dat gebeurde in de week van 7 september op Beja Air Base in Portugal. Naast deelnemers uit Frankrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waren ook diverse NAVO-organisaties betrokken.
Een mogelijke botsing tussen satellieten, hybride dreigingen, misleiding en ongewenste activiteiten rondom ruimtecapaciteiten; deze praktijkscenario’s vormen serieuze uitdagingen. Daarom is gezamenlijk internationaal oefenen, procedures testen en ervaringen uitwisselen van grote meerwaarde. De ruimte bescherm je als land immers niet alleen.
Moderne militaire operaties zijn steeds afhankelijker van het ruimtedomein. Satellieten ondersteunen onder meer navigatie, communicatie en het verzamelen van informatie die nodig is om effectief te kunnen optreden op land, zee en in de lucht. Het continu monitoren, analyseren en begrijpen van hetgeen er in de ruimte gebeurt – het opbouwen van zogenoemde Space Domain Awareness (SDA) – is daarom cruciaal voor het herkennen van en inspelen op dreigingen en risico’s.
Foto: MMU
4
Tiende MRTT gearriveerd
De Multinational Multi Role Tanker Transport (MRTT) Unit (MMU) ontving op 15 september haar tiende Airbus A330-200. De overdrachtsceremonie vond plaats in het Spaanse Getafe. Daar droeg Airbus Defence and Space het toestel met staartnummer T-063 formeel over aan de NATO Support and Procurement Agency (NSPA). Daarna vloog de spiksplinternieuwe MRTT door naar thuishaven Vliegveld Eindhoven.
Het toestel is gefinancierd door de Belgische luchtmacht, die onlangs besloot haar capaciteit binnen de MMU flink uit te breiden. In 2028 worden nog eens twee A330’s geleverd aan de MMU. Het collectief bestelde deze na de toetreding van de lidstaten Denemarken en Zweden. Ook Finland trad begin dit jaar toe, maar dat leidde niet tot de aanschaf van een extra vliegtuig.
Alle A330 MRTT’s zijn Nederlands geregistreerd, maar eigendom van de NAVO. Ze zijn echter gefinancierd door de negen deelnemende landen (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Tsjechië en Zweden) die een aantal uur ‘trekkingsrecht’ naar rato hebben. De internationaal samengestelde bemanningen die op de toestellen worden ingezet voor tankeroperaties, militair luchttransport en medische evacuaties worden door het European Air Transport Command (EATC) ingepland. De vliegtuigen staan gestationeerd op Vliegbases Eindhoven en Keulen-Wahn (Duitsland). Daar komt vliegbasis Karup in Denemarken als steunpunt bij.
Foto: sergeant-majoor Jan Dijkstra
5
Nieuw helikoptercomplex voor NH90’s
Het sterk verouderde squadrongebouw en de uitbreiding van de NH90-vloot naar 22 toestellen maken een nieuw helikoptercomplex op Maritiem Vliegkamp De Kooy noodzakelijk. De planning is om de nieuwbouw na de zomer van 2028 in gebruik te nemen. De drie extra toestellen worden vanaf 2029 verwacht.
Het nieuwe complex van 860 Squadron zal onder meer bestaan uit vier moderne onderhoudsdocks en een wasplaats voor de helikopters. Het squadrongebouw dat dateert uit 1979 is inmiddels gesloopt. Dat was niet alleen te klein voor de toekomstige uitbreiding, maar ook slecht geïsoleerd en technisch niet langer geschikt voor het onderhoud van de helikopters. Tijdens de bouwwerkzaamheden maakt het vliegkamp gebruik van tijdelijke huisvestiging waardoor het volledig operationeel blijft. Vliegcrews en onderhoudspersoneel kunnen hun werk daardoor blijven voortzetten.
Foto: CLRS
6
Cybersecurity op basis van publiek-private samenwerking
Het CLRS en ESET Nederland gaan nauwer samenwerken op het gebied van cybersecurity. Op 26 augustus ondertekenden Commandant Lucht- en Ruimtestrijdkrachten luitenant-generaal André Steur en CEO van ESET Nederland Dave Maasland hiervoor een intentieverklaring. Daarmee leggen beide organisaties de basis voor een bredere samenwerking rond mensen, kennis en specialistische cyberexpertise.
De intentieverklaring richt zich in eerste instantie op de inzet van mensen en expertise. Zo onderzoeken het CLRS en ESET hoe medewerkers van ESET zich als cyberreservist kunnen inzetten voor Defensie en hoe kennis tussen beide organisaties kan worden uitgewisseld. Daarnaast wordt samenwerking verkend op het gebied van cybersecurity operations, cybersecurityrisicomanagement, incidentmanagement en kennisontwikkeling.
ESET is een toonaangevende Europese aanbieder van cybersecuritytechnologie en -diensten en beschikt over specialistische kennis op het gebied van digitale dreigingen. Het bedrijf onderzoekt wereldwijd cyberdreigingen en dreigingsactoren en bouwt op basis daarvan dreigingsinformatie op. Die kennis kan bijdragen aan het bredere informatiebeeld waarmee het CLRS dreigingen beoordeelt, zich voorbereidt en operationele plannen maakt.
Recent is bovendien een rijksbrede raamovereenkomst gesloten waarmee Rijksorganisaties onder heldere voorwaarden gebruik kunnen maken van cybersecuritydiensten van Europese herkomst. De overeenkomst draagt bij aan het versterken van de digitale weerbaarheid en het verminderen van afhankelijkheden van niet-Europese leveranciers.
Militaire en digitale dreigingen raken steeds sterker met elkaar verweven. Militair optreden is afhankelijk van betrouwbare informatie en goed beveiligde digitale systemen, terwijl cyberdreigingen zich snel ontwikkelen en steeds complexer worden. Om hier tegen opgewassen te zijn, is samenwerking essentieel. Niet alleen binnen Defensie en de Rijksoverheid, maar ook met gespecialiseerde partners uit het bedrijfsleven.
Foto: Defensie
7
KMA breidt uit met opleidingslocatie in Dongen
De Koninklijke Militaire Academie (KMA) heeft er een nieuwe opleidingslocatie bij. Defensie opende op 11 september op Militair Complex Dongen een tijdelijke locatie voor de officiersopleiding. De uitbreiding is nodig omdat de KMA in Breda onvoldoende ruimte heeft voor de groeiende opleidingsbehoefte.
De uitbreiding van de KMA houdt verband met de ambitie van Defensie om in 2030 een krijgsmacht van 102.000 medewerkers te hebben. Om die groei mogelijk te maken, moet ook de officiersopleiding worden opgeschaald. Daarom zijn op Militair Complex Dongen een tijdelijke eetzaal, prefab-lesgebouwen en legering geplaatst. Dat gebeurde in een relatief korte tijd van ruim drie maanden. Ook wordt een sportzaal gerealiseerd. Enkele bestaande panden worden ingericht als kantoor- en recreatieruimte. Defensie werkt daarbij samen met de gemeente Dongen.
De vernieuwde Defensie Korte Officiersopleiding (DKOO) is modulair opgezet. Daardoor kunnen de officieren in opleiding deze sneller doorlopen. De eerste zeven weken brengen zij door in Dongen, waar zij de militaire basisvaardigheden leren. Daarna vervolgen de cadetten hun opleiding op de KMA in Breda. De Nederlandse Defensie Academie (NLDA) start voortaan vier DKOO-lichtingen per jaar.
Foto: Defensie
8
Defensie pakt blootstelling lood tijdens schieten verder aan
Defensie verbetert de ventilatie op schietbanen en beproeft het gebruik van munitie die minder lood uitstoot. Ook wordt schieten in simulaties opgevoerd en komen er meer mobiele simulatoren. Het gaat om nieuwe aanvullende maatregelen om blootstelling van militairen aan lood tijdens het schieten zoveel mogelijk te beperken. Deze dragen eraan bij dat medewerkers goed beschermd blijven. Ook wordt hiermee voldaan aan onlangs verlaagde wettelijke grenswaarden voor de blootstelling van werknemers aan lood.
Verder krijgen medewerkers informatie over stoffen die tijdens het schieten vrijkomen, de mogelijke effecten op de gezondheid en hoe daarmee om te gaan. De nieuwe grenswaarden gelden sinds 9 april. Ze zijn het gevolg van een wijziging van de Europese richtlijn die voor alle werkgevers geldt. De verlaagde grenswaarden zijn nodig omdat er meer inzicht is in de mogelijke effecten van lood op de gezondheid.
Defensie heeft overigens een uitzonderingspositie vanwege de aard van het werk. Denk aan oefeningen en inzet. Dit neemt niet weg dat de krijgsmacht nadrukkelijk zorgt voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers. Defensie wil de blootstelling aan lood dan ook zo laag houden als technisch haalbaar is, zonder dat het ten koste gaat van de operationele gereedheid. In 2029 gaan de grenswaarden verder omlaag. Defensie houdt hiermee alvast rekening.
‘’Metingen van het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG) laten zien dat de concentraties lood in het bloed bij militairen die in korte tijd weinig schoten ruim onder zowel de huidige als de toekomstige grenswaarde bleven. Dat gold ook voor militairen die in korte tijd veel schoten en daarna langere tijd niet. Bij militairen die heel vaak en intensief schoten, bleven de waarden onder de huidige grenswaarde, maar lagen ze rond de verder verlaagde grenswaarde die vanaf 2029 geldt. De aanvullende maatregelen zijn daarom noodzakelijk.’’
Het onderzoek van het CEAG laat verder zien dat militairen die heel vaak en intensief schieten een jaarlijkse meting van de concentratie lood-in-bloed aangeboden moeten krijgen. Op basis daarvan valt te bepalen of arbeidsgezondheidskundig onderzoek nodig is. Dit medisch onderzoek richt zich op het voorkomen of beperken van werkgerelateerde gezondheidsrisico’s. Voor schietinstructeurs geldt hetzelfde, omdat ook zij logischerwijs veel bij schietsessies aanwezig zijn. Defensie gaat in kaart brengen aan wie – buiten het onderzoek om – een jaarlijkse lood-in-bloedmeting moet worden aangeboden.
Foto links: sergeant Jasper Verolme, foto rechts: Paul Tolenaar; tekst: André Twigt
9
Luchtmacht valt in de smaak tijdens Wereldhavendagen
Niet alleen de Koninklijke Marine, maar ook de luchtmacht was van 4 tot en met 6 september aanwezig tijdens de Wereldhavendagen in Rotterdam. Zodra de NH90 maritieme gevechtshelikopter zich met haar zware gebrom aandiende, spoedden bezoekers zich massaal naar de waterkant om maar niets van de demonstraties te missen.
De maritieme gevechtshelikopter is een publiekslieveling tijdens de havendagen, die dit jaar voor de 49ste keer werden gehouden en zo’n 380.000 bezoekers trokken. Op alle drie dagen was de boordhelikopter van 860 Squadron zowel statisch op het helidek van fregat Zr.Ms (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) . Van Amstel als in de lucht te bewonderen. In hoger sferen liet de bemanning zien hoe de samenwerking tussen luchtmacht en marine op zee verloopt. Zo was er de demo counterdrugsoperaties, samen met Maritime Special Operating Forces van het Korps Mariniers. Tweemaal per dag stond de demo onderzeebootbestrijding op het programma. Hierin demonstreerde de helikopterbemanning onder meer de dipping sonar. De NH90 verrichtte tevens de opening van de Wereldhavendagen. Dat gebeurde met een landing aan boord van de Van Amstel.
Een fly past van vijf F-35’s van Vliegbasis Volkel vormde op de zaterdag een fraaie toegift. De luchtmacht bracht hiermee een saluut aan de havenstad en aan het grootste maritieme evenement van Nederland. Eerder voerden de gevechtsvliegtuigen een missing man-formatie uit boven het Indië-monument in Roermond. Dat was ter nagedachtenis aan de 6.400 Nederlandse en KNIL-militairen, die tussen 1945 en 1962 in de Oost om het leven kwamen. Daarna vlogen de toestellen nog over Vliegbasis Leeuwarden waar een familiedag gaande was.